* Opmaak
Voorpagina
* Links
Marina's stadsleven
Absint
Rose
Boles
Hartmanspeaks
Snophisticated
Merlijn
Kapiteijn op Curaçao
Looks! by bloempje007
|
INTEGRATIE
Gisteravond bracht mij een geruststellende ervaring. Hieronder vertelde ik u van de moeders uit Amsterdam Oud-Zuid, die hun kroost ter gelegenheid van Halloween de straat op duwden, in plaats van nog een kleine twee weken te wachten tot onze éigen traditionele datum, de elfde november, aanbrak. O, ja, ik had het daar ook nog over wat anders, maar daar gaat het me nu niet om.ffice ffice" />
Waar het mij nu om gaat, is dat de vele allochtone kinderen die mij in Slotervaart omringen, het juiste onderscheid wel kunnen maken. En masse wisten zij mijn voordeur te vinden, hoewel deze nochtans goed is weggestopt op een van de hogere verdiepingen van een galerijflat. Een voordeur die vorige week maandag nog netjes met rust werd gelaten. De voorraad die ik mij toch maar had aangeschaft, voor mijn gevoel nog eigenlijk tegen beter weten in, bleek maar ternauwernood toereikend te zijn. En net toen ik me bedacht dat het daarom nu maar eens afgelopen moest zijn, wás het dat ook. Meegaande types.
Zo blijkt wel, dat de oud-Hollandsche waarden juist in goede handen zijn bij mijn cultuurrijke buurtgenoten. Misschien dat ze in de toekomst wat ruimte in hun agenda’s willen vrijmaken, zodat ze de ontheemde Oud-Zuid-moeders deze waarden kunnen bijbrengen. Die kunnen dat goed gebruiken.
|
|
|
BUITENLANDERS
Vroeger kon ik lang uitkijken naar Sint Maarten op 11 november. Want 11 november is de dag dat ik veel snoep ophalen mag en daar lag de liefde van de kleine Vlo wel. Zelfs het feit dat het jaarlijkse ritueel niet zelden werd beleefd in volwassen najaarsbuien, die je zorgzaam vervaardigde lampionnetje vaardig reduceerden tot enkele half afgescheurde en doorweekte lapjes karton, waar iets dat wel of niet meer licht gaf tussen hing, kon de liefde niet doden. Hoewel er altijd wereldverbeteraars waren die je opscheepten met een mandarijn, en weer anderen die taaitaai als iets eetbaars beschouwden, viel de buit zelden tegen. Rijk dorp.
ffice ffice" />
Het is de vraag hoelang dit nog gaat duren. In de tendens om de internationale kneuterigheid te volgen, ten koste van onze nationale equivalenten, was Amsterdam-Zuid al afgelopen maandagavond vergeven van het kleine grut, door pa en ma de straat op gestuurd in het kader van Halloween. Niks liedje zingen, treat or trick! (ofwel snoep of streek?)
De tere Zuid-kinderziel was zodoende in de gelegenheid wat barre werkelijkheid op te snuiven, toen op de Gerrit van der Veenstraat (ik heb daar zelf ook veel voetstappen en bandensporen liggen) werd afgerekend met Evert Hingst, als teken van de tijd en als les voor eenieder die zijn levenswandel tot voorbeeld zou willen nemen. Dat zou je een verrijkende ervaring kunnen, als je toch al zo beschermd wordt opgevoed.
Een moeder zag dat anders. Zij deed op de radio haar beklag. Ongelooflijk brutaal, zo’n aanslag, vond zij. Juist vanavond! Het was toch zeker Halloween, de kinderen trokken door de straten. Hoe kon je nu juist op zo’n avond zo’n koelbloedige aanslag plegen, zo legde zij uit wat de essentie van haar woede was. Om uiteindelijk de werkelijkheid maar helemaal om te keren. “Ze weten zeker niet dat het Halloween is. Het zullen wel buitenlanders zijn.”
|
|
|
EGYPTE
Egypte is een raar land. De voornaamste reden dat je erheen gaat, is dat het een enorm rijk en wijs verleden heeft. Dat verleden stelt niet teleur. Tegelijkertijd kom je, als je je ogen als georganiseerd rondreizer tussen de resorts een beetje openhoudt, veelvuldig de alom aanwezige armoede van het heden tegen. Armoede die jou ziet als de kans op kortstondige ontsnapping daaruit. Ik merk dat ik daar niet altijd even goed tegen kan, maar ik wil er de ogen niet voor sluiten. Dat doe ik dan weer liever voor al te opdringerige verkopers. En toch… voor wie oude cultuur een warm hart toedraagt, is Egypte, meer nog dan veel Griekse en Romeinse sites, wat mij betreft the place to be. Ik kan er veel over vertellen,maar ik heb zoveel mogelijk de beperking van de korte stukjes gezocht, want hoe langdradiger ik beschrijf, hoe meer ik mezelf ermee verveel. Als je ze bundelt, is het trouwens nog een behoorlijk end…ffice ffice" />
Kennismaking
We hebben een boekje mee, maar ik heb met opzet nog niet meer gedaan dan lezen over de algemene historie. Zo weet ik dat Luxor, de plaats waar we beginnen, onder de naam Thebe in de Golden Age van ongeveer 1500 tot 1000 v.C. het centrum van de macht was. Het is de tijd van pretentieuze tempels, piramides bouwen dan alleen de Maya’s nog. Deze tempels zijn nog indrukwekkend goed in conditie, eeuwenlang beschermd door woestijnzand. De eerste twee, Karnak en Luxor, maken de meeste indruk, simpel weg omdat ze de eerste zijn en daarmee de maatstaf worden voor de rest, die er tekens de verdienstelijke afgeleiden van zullen zijn. Ze zullen wel allemaal hun eigen gezicht houden, omdat onze gids, we zijn goddank gezegend met een uitnemend goede gids (met de gemakkelijk te onthouden naam Amro), telkens weer de moeite neemt om uit te leggen wat het specifieke historische belang van de diverse tempels is.
De eerste twee tempels verschillen onderling ook al. De een –Karnak– is een uitgestrekt allegaartje van artefacten die door telkens nieuwe farao’s zijn toegevoegd, de ander –Luxor– vooral toegeëigend door Ramses II, de ijdelste aller farao’s. Luxor is kleiner, maar coherenter en de entree indrukwekkender. Twee grote beelden van Ramses zitten (typisch Egyptisch, dat zitten van beelden) ons op te wachten, vergezeld door een enkele obelisk. Dat waren er tot de 19e eeuw twee. De andere heb ik van het voorjaar kunnen begroeten aan het Place de la Concorde in Parijs. Amro vertelt hoe ons gloedvol hoe de Egyptische heerser van destijds, Mohammed Ali (niet die van het voetenwerk, zijn aanpak om de macht te grijpen doet meer denken aan de slotscène van The Godfather I) het gevaarte heeft afgestaan in ruil voor een klok. Een hele slechte klok. Het apparaat heeft slechts twee dagen gefunctioneerd. Diverse reparaties hebben slechts een even tijdelijke levensduur tot gevolg gehad. Mohammed Ali, concludeert Amro, was geen goed zakenman.
Desalniettemin houdt hij nog altijd een prominente plaats bezet aan het binnenplein van de in opdracht van Ali gebouwde moskee op de citadel van Caïro. Uit zelfkwelling. Een week later zien we het gevaarte met eigen ogen. Hij staat andermaal in de steigers. Ze geven het niet op.
Grens
We verblijven in luxe hotels, zoals het een westerse derdewereldreiziger betaamt. Er zijn echter nog gradaties. In het Marriott resort nabij Caïro verwacht je ieder moment terecht te kunnen komen in een wansmakelijk mafiafeestje. De rest van het land is er ver weg. Je eigen kamer trouwens ook. Een staat in de staat. Het is niet mijn wereld, maar des te leuker om een keer mee te maken. In Aswan komen we terecht in het New Cataract, niet te verwarren met het ernaast gelegen Old Cataract. Nog steeds heel netjes maar dichterbij de echte wereld, waar we de eerste avond ook op verkenning gaan. Als je bij de slagboom rechtsaf gaat, ben je 20 meter verder in de sloppenwijk. Niet de ergste, maar toch onmiskenbaar. De bestrating houdt op en de verf van de naast het zandpad gelegen bebouwing is ook meteen een stuk minder verzorgd. De aandacht niet. De kinderen die ons omringen, hebben niet de gebruikelijke routinematige zielige bedelblik, maar komen gewapend met daadwerkelijk spontane nieuwsgierigheid en lach kijken wie er nu ineens hun buurtje komen binnengelopen. Een jongen herkent de afkomst en begint na de bevestiging ervan enthousiast te vertellen over zijn korte verblijf in Nederland en de vrienden die hij er nog heeft. Van iets verder onderscheid ik de ronduit wantrouwige blikken – en ook dat is eigenlijk wel weer van een verademende echtheid. Het noopt ons wel om de kleine moskee verder te laten voor wat ze is. Je moet de intimiteit niet overal willen binnendringen.
Gedurende de hele rondgang biedt niemand ons enige prullaria te koop aan. Wel slaan we zelf wat water in voor de volgende dag. Daar komt nog een oud principe bovendrijven, dat ik leerde kennen in Turkije. In Turkije staat het je –ook– vrij om te onderhandelen over de prijs van om het even welk product, behalve voedsel. Voedsel achten zij te edel voor hosselen. Het brengt uiteraard de verplichting voor de verkoper mee om een eerlijke prijs te vragen. ‘Five pounds’, antwoordt de verkoopster op de vraag wat ze voor twee flessen wil hebben. ‘Four pounds!’, corrigeert een net binnengelopen vaste klant puntig, terwijl mijn hand al naar mijn portemonnee reikt. Ik geef tien, en krijg er zes terug. Als we weglopen, kijk ik nog even om, en zie ik de vaste klant met de voor het land gebruikelijke felheid uitleggen hoe hij verwacht dat zijn verkoopster tegenover iedereen omgaat met eten en drinken.
De volgende dag bevinden we ons weer in de natuurlijke toeristenhabitat: een begeleid konvooi van 50 bussen naar Abu Simbel, daar waar ook alleen een toerist werkelijk wat te zoeken heeft. En de opdringerige verkoper van afzichtelijke prullaria.
Gezag
Egypte heeft een aparte politie voor Toerisme en Antiquiteiten, zo lees ik van de stevige donkerblauwe badges op hun smetteloos witte uniformen. Zo laat Egypte zien, dat het wel weet waar de hedendaagse prioriteiten van dit land liggen. Bij het optimaal benutten van het verleden, dit natuurlijk in afwachting van de nieuwe bloeitijd (die er gaat komen, zegt Amro, want dat gebeurt in dit land altijd als je het niet meer verwacht; dat leert de geschiedenis volgens hem. Ik vraag hem niet wat hij precies beschouwt als bloeitijd en wat niet).
De eerste dagen zie ik ze stoïcijns hun werk doen – dat wil zeggen: aanwezig zijn bij de sites. Andere taken heb ik nog niet kunnen onderscheiden. De vierde dag, als we in het schemerdonker de tempel van Kom Ombo bezoeken –daar waar je veel kunt leren over de vergevorderde geneeskunde van de oude Egyptenaren– kiest een van de gezagsdragers voor een actievere rol. We lopen net door een donkerder nis als hij ons wenkt. De wenk maakt niet onmiddellijk duidelijk wat hij van ons wil. Om ons verblijf aldaar niet onnodig te bekorten door een al te Hollandse benadering van het gezag, komen we naderbij. Mochten we daar soms niet lopen? Dan blijkt hij toch vooral mens. Hij loopt voor ons uit, haalt pardoes een sleutel naar boven en opent een hekwerkje naar een klein halletje achterin (oorspronkelijk een opslagruimte), waar hij ons binnen noodt om een foto te maken van de inderdaad fraaie hiëroglief van een arts, zijn instrument en zijn patiënt. Dit ritueel herhaalt zich nog eenmaal, dan vinden we het wel genoeg. Handig manoeuvrerend tussen wat ik weet dat zijn plichten zijn en hij ongetwijfeld vindt dat zijn rechten zijn, bedank ik hem vriendelijk en vraag op mijn meest argeloze toon of hij hiervoor wel iets mag aannemen. Dat spanningsveld heb ik goed ingeschat, want hij wenkt mij ditmaal weer mee naar de donkere hoek om de transactie te voltooien. De 5 pond die ik hem geef, kunnen rekenen op een misnoegde blik. Dat is niet onbegrijpelijk, toeristen worden geacht zonder uitzondering vrijgevige miljonairs te zijn, maar ik voel er weinig voor om corruptie te belonen met de hoofdprijs.
Als we Amro op de terugweg van onze ervaringen vertellen, blijkt onze belevenis niet zo uniek te zijn. Hij heeft al vele discussies over deze acties gevoerd met het gezag. Wij moeten ook eten, repliceert het gezag dan onveranderlijk. Kennelijk wordt meer geïnvesteerd in hun uniformen dan in henzelf.
Levenskunstenaars
Gedurende een paar dagen bevinden wij ons op een cruiseschip, die een stukje de Nijl afzakt. Een cruiseschip op de Nijl! Onder de naam van Presidential Nile Cruises! Tjongejonge, dat moet wel de ultieme kouwe kak zijn, toch?
Het gekke is: dat valt dan ook wel weer mee. Toegegeven, het streven is ernaar. Het bedienend personeel is dan ook gedwongen de hele dag in wanstaltige apenpakjes rond te lopen. Maar daarbinnen vinden ze de ruimte nog wel om hun lange dagen enige kleur te geven. De oudste van het stel, portier, doet niets bijzonders, behalve dat je constant in zijn ogen kunt aflezen dat hij zich een kriek lacht om al die kouwe kak pogingen die, zo weet hij, toch wel stranden. Een ober houdt zijn vak leuk door elke dag flauwe grapjes uit te halen, die overigens met de dag flauwer worden, zodat je uiteindelijk blij bent niet langer dan een paar dagen van zijn diensten gebruik te maken. Sowieso is het geen goed idee een dergelijke cruise een hele vakantie lang te laten duren. Als Hercule Poirot niet ook is aangemonsterd wordt dat op den duur toch echt te eenzijdig.
De winnaar van dit klassement is de man die dagelijks de kamers komt schoonmaken. Hij doet dit standaard tijdens het avondmaal, dan heeft hij de tijd om zich uit te leven. Zijn oude origamikennis komt boven en zo wordt iedereen bij terugkeer in de hut verrast met een extra kostganger. De ene dag is dat een krokodil, vervaardigd met de schone handdoeken van die dag, de zeepflesjes als ogen, de afstandbediening als prooi stevig in zijn bek. Een volgende keer hangt een aap, lichaam van een reservedeken, kop van de handdoeken en indien vindbaar op de kamer, stoere zonnebril op, prominent in beeld bij het openen van de deur. Wachtend op dat moment, blijft de schoonmaker nog wat door de gangen drentelen. Als de deuren opengaan en de aap bungelt in vol beeld, is het gegil op diverse plaatsen niet van de lucht. Op sommige vrouwen kun je rekenen. Met een hartelijke schaterlach ziet hij het aan. Ook gewoon met hem meelachen om zijn creativiteit, bevalt hem. Zo maakt hij van niets iets. En het is nog goed voor de fooi ook. Dat dàt de volgorde is, is hem gelukkig aan te zien. Dat tekent de ware levenskunstenaar.
Pankration
Het valt hier tot nu toe nog wel mee, maar zo te pas en te onpas mag ik er wel eens op wijzen dat ik ooit klassiek geschoold ben. Ik doe er eerlijk gezegd nog maar weinig mee. Vorig jaar op Kreta was het handig op de bewegwijzering te kunnen lezen, maar dat was het eerste concrete voordeel sinds jaren.
Ik weet echter ook nog iets van de daadwerkelijke oorsprong van de Olympische sporten. De koningsdiscipline van toen, dat was de moeder van alle vechtsporten: de Pankration, feitelijk een combinatie tussen worstelen en boksen die erop neerkwam dat zo’n beetje alles was toegestaan om de opponent uit te schakelen, behalve krabben en bijten. Alle deelrubrieken zijn hier uiteraard uit voorgekomen. Jaja, op de creatie van al die sporten mochten die oude Grieken toch trots zijn. Dacht ik.
Het bezoek aan de Habu tempel, vlakbij de Vallei der Koningen, zet die oude gedachte op de helling. Aan de zijkant van de eerste zuilengalerij is een serie afbeeldingen geplaatst, waarin de edele vechtsporten duidelijk worden gedemonstreerd. Ik onderscheid zelfs een duidelijk heupzwaai, hoewel ik nog steeds vermoed dat die meer verwantschap zal hebben met het worstelen dan met dat onbegrijpelijke judo. Dat de oude Grieken Egypte wisten te vinden, is zeker. Wie aan de basis van Pankration stond, is nu dus een stuk onzekerder. Voor Amro is het geen vraag, hij is zeker van zijn zaak. Hij mag dat. Een béétje chauvinisme misstaat niet.
Piramides
Een schuddende nachttrein is een zeer efficiënt vervoermiddel tussen Luxor en Caïro, mits je een beetje kan slapen. In een couchette lukt wel, maar de een beter dan de ander. Wakker wil je aan het eind wel zijn, want de piramides verdienen de aandacht, al zijn ze nooit helemaal te begrijpen. De cijfers alleen al zijn ongelofelijk. De piramides zijn/waren het paradepaardje van een van de vroegste dynastieën, die het centrum van de macht nog hadden gevestigd in Memphis, nabij huidig Caïro, en zijn gebouwd rond tweeëneenhalve eeuw v.C. Ruim een millennium voor het aanbreken van de Golden Age dus, die op haar beurt alweer de eerste opgravingen naar deze piramides deed. In al die jaren hebben ze slechts hun buitenste gladde laagje moeten afstaan (en alle schatten die eventueel ooit binnen zijn opgeslagen). De grote piramide van Cheops was tot de 19e eeuw het hoogste gebouw in de wereld, met uitzondering van de tijd dat de Vuurtoren in Alexandrië bestond. Deze piramide is samen met de twee hem in Giza vergezellende piramides de bekendste van de ruim 80 die zich in de nabijheid van Caïro/Memphis bevinden. Het panorama op deze drie is adembenemend. Maar dan moet het wel een beetje helder weer zijn. Wij treffen de unieke omstandigheid dat dit niet het geval is. De piramides zijn vandaag vage schaduwen in een zware nevel, die gezien de droogte nog de meeste associatie oproept met smog. Ik vind het wel een mooi beeld, maar de groep bokt. Men wil mooie, heldere beelden. Uiteindelijk krijgt Amro het geregeld dat we later op de dag, na bezoek aan Saqqara en Memphis, nog eens terugkeren voor een tweede poging, mits we zelf opdraaien voor de extra kaartjes en de backhander voor de buschauffeur. En mits we er verder onze mond over houden, want anders kan het nog problemen opleveren. We beloven het. Niet verder vertellen dus a.u.b. Zelf vind ik het belangwekkender om aan de voet van de gevaarten te staan, daar kom ik voor. Ik geniet van het contrast Vlo - piramide. Bereidwillig staan ze het toe, zonder er ook maar een centimeter van op te kijken. Ik had niet anders verwacht. Hoe kun je anders zo oud worden.
Verkeer
Hoe zuidelijker je komt, hoe intenser de beleving van het verkeer is. Als klein kind vond ik Parijs al tamelijk kakofonisch; inmiddels weet ik dat dit kinderspel is. Op Kreta genoot ik zelfs van de vrijere opvatting over verkeersdeelname die er in de zuidelijke landen heerst. De ruimtelijke benadering opent zoveel meer mogelijkheden voor de weggebruiker. Maar het rustieke Kreta is op zijn beurt weer kinderspel, vergeleken met waar onze chauffeur ons over de bomvolle wegen in en om Caïro en Alexandrië doorheen moet loodsen. Op die wegen staan strepen. Maar behalve de middenstreep –en dat dan nog maar tot op zekere hoogte- hebben deze strepen geen enkele functie. In dit gekkenhuis gaat een automobilist slechts uit van één overzichtelijk beginsel: waar is ruimte op het asfalt, daar moet ik zijn. Denk je dat met zijn tweeën, dan is er sprake van een kortstondige machtsstrijd. Een enkele keer botst het, meestal schuurt het slechts en is de strijd op te lossen door in aflopende volgorde de volgende twee vragen te beantwoorden: 1. Wie is het grootst? 2. Wie toetert het eerst, het langst c.q. het hardst? Meestal leidt dat tot een bevredigende oplossing. Nu en dan moet de strijd nog afgerond worden met een nijdig gebaar of een felle opmerking. Daarmee is de zaak dan ook afgedaan, want felheid is hier een vast ingrediënt, haatdragendheid niet. Om me heen hoor ik veel verontwaardiging over zoveel ongedisciplineerdheid in het verkeer en dat het toch een wonder is, dat het zo weinig fout gaat. Die laatste waarneming is voor geen van hen overigens een reden om de juistheid van hun analyse nog eens onder de loep te nemen. Ordnung muss sein! En ik… ik geniet. Van de kunde van de chauffeur, die precies weet waar zijn bus wel en niet inpast. En de volledige logica van zijn keuzes. Zijn ogen zijn overal en bijna onveranderlijk zie ik hem de juiste optie kiezen uit de veelheid van mogelijkheden. Bang voor het gaspedaal is hij niet, zodat hij ons in relatief korte tijd door alle obstakels heen loodst. Om me heen zie ik deze eigenschappen vaak terug. Wie zijn scepsis opzij zet, moet toegeven dat de Egyptenaren vaak goede chauffeurs zijn, met een uitstekend ruimtelijk inzicht. Van de afmetingen van de bus heb ik natuurlijk geen idee, maar ik betrap mezelf erop meestal dezelfde opties te willen kiezen als de chauffeur. Ook in dit verkeer zou ik me dus wel thuis voelen, vermoed ik, mits ik de claxon leer te vinden. Al vind ik het niet zo erg dat ik dat nu niet stante pede hoef te bewijzen. Maar ach, zo wezensvreemd is het allemaal nu ook weer niet. Stel je voor dat alle auto’s fietsen zijn en je ziet de binnenstad van Amsterdam voor je. Met dit verschil dat mensen daar vaak veel slechter om zich heen kijken.
Russen
“The Russians love their children too”. Sting zong dat in een tijd dat de koude oorlog nog actueel was en een beetje meer wederzijds begrip op zijn plaats was. Díe noodzaak is verdwenen, de ontspanning is een feit. Nu maken we de Russen vaak genoeg mee, bijvoorbeeld in een poenerig vakantieresort aan de Rode Zee, waar we een paar dagen uitpuffen van alle zelfopgelegde vermoeienissen in de tien dagen ervoor. Nu, dat is dan wel een typisch soort Russen. Man een buikje, vrouw peroxide en anorexia. Kortom, het type dat je toch maar liever niet vraagt hoe ie aan de kost komt. Maar ook die maken wel eens kinderen. Zoontje en dochtertje geven de geruststellende indruk met het resort net zo om te gaan als het geval was geweest met een camping. Een bal, wat water, dat zijn zowat de belangrijkste levensbehoeften. Als het maar een omgeving is waar je je gehoorapparaat (hij) en je luie-ooglapje (zij) even thuis mag laten en dat is heel wat. Het enthousiasme neemt zelfs de doorgaans wat zure drankjesverkoper voor hen in. Vrolijk laat hij zich vanachter zijn bar betrekken bij het overgooien. Ongelijke obstakels om overheen te klimmen en te springen, dat is ook van belang, want je bent jong en je kent het gevaar nog niet. Daar moet je van profiteren zolang het nog kan! En zo zie ik de kleine man onbevreesd springen van onderwaterstaande kruk naar onderwaterstaande kruk bij de poolbar. Dat brengt bij mij spontaan herinneringen boven van 20 jaar geleden, toen ik, mezelf van scheve naar bemoste steen loodsend, steeds verder het midden vond van de rivier die stroomde achter de camping die wij dat jaar bezochten. Dat schept dan toch een band, zij het een eenzijdige. Onstuimige sprintjes trekken over de gladste gedeelten van de tegels, ook dat hoort erbij. Maar daar gaat het toch een keer mis. Vlakbij het water mist de rechtervoet even de benodigde grip en hij smakt gemeen op de rug. Auw! Maar die auw! denk ik, zelf geeft hij geen kik. Hij is alweer halverwege de opsta-actie als hij zich realiseert dat het lijf dàt niet toestaat. Hij krimpt weer ineen, met pijnlijke grimas, maar nog steeds geen kik. Samen met een reisgezel kniel ik even bij hem, al realiseer ik me dat ik communicatie met een jong Rusje niet het makkelijkst vind. Hij kijkt me ietwat wantrouwig aan, een traan die niet in een spaflesje gaat passen welt op in zijn oog. Ik maak een gebaar naar de ligstoelen aan het bad en kijk hem vragend aan; wie zijn ouders zijn, wil ik eigenlijk weten. Handig als ze van dit gebeuren weten toch, nare plaats om terecht te komen, kan voor de toekomst de boel toch rottig scheef neerzetten. En er is nog niets met peroxide of een buik dat spontaan heeft gereageerd, terwijl we hier al een tijdje zitten. Ik maak aansluitend nog een rondje in de hoop iets te herkennen van de keer dat ze naast ons zaten, maar het lukt me te slecht de ene overrijpe peroxide van de ander te onderscheiden. Geen van hen toont ook enige interesse. Niets gezien, of de opvatting dat ie hier hard van wordt? Dat wordt ie dan wel, want als ik terugkeer blijkt mijn kleine vriend weer te zijn opgekrabbeld en begonnen aan de ingewikkelde beklimming van een sierpierebadje. De negen levens zijn nog niet op. Dat kan ie goed gebruiken, nu ik Sting even niet zijn volledige gelijk wil geven.
-wordt vervolgd? ;-)
|
|
|
CULTUUR
Ik heb behoefte aan kunst, aan cultuur, en wel zo oorspronkelijk mogelijk.
Hoe dat komt? Ik ben al helemaal in de stemming gekomen. Morgenmiddag stap ik in een cultuurobject van deze tijd, het vliegtuig dus, om er hopelijk pas weer uit te stappen als hij geland is in Hurghada. En dat zal best een platvloerse badplaats zijn, maar het is toevallig wel een platvloerse badplaats in Egypte, bakermat der bakermatten. (Nu ja, op Atlantis na dan misschien, maar dat is tegenwoordig een beetje moeilijk te bereiken. Ligt een beetje veel ijs op vanwege de huidige Antarctische ligging, zo hoorde ik een poosje geleden gesteld worden op iets Discovery-achtigs). We zullen die plaats dan ook zo snel mogelijk weer verlaten om richting Luxor te gaan, Aswan, Alexandrie, Cairo... Als ik over twee weken terug ben, behoor ik vervolgens alles te weten over de Vallei der Koningen, een onaffe Obelisk, megalomane beelden, tempels, piramides, een Sphinx die de inspiratie was voor Michael Jackson en de cultuur die dat allemaal heeft voortgebracht.
Ik heb er zin in.
|
|
|
BIJZONDER
Garrincha was een bijzondere voetballer. Het was een iel mannetje en zijn linker been was zes centimeter langer dan het rechter. Hij compenseerde dat door het linkerbeen als een O- en het rechter als een X-been neer te zetten. Dat sleet hard. Voetballen kon hij wel. Hij werd twee keer wereldkampioen met Brazilie en meer dan Pele zagen de Brazilianen hem als de grote held. Hij had ook een veel onoverzichtelijker levenswandel. Nog armer opgegroeid, eerst bij drie clubs afgewezen op grond van die rare bouw, nauwelijks leren lezen en schrijven, verwarrend liefdesleven met naar verluidt een internationale kinderschare en drank, veel drank. Een vroegtijdige en natuurlijk laveloze dood tot besluit.
Maar daar wilde ik het nu niet over hebben.
Onlangs werd ik herinnerd aan een oude anekdote over Garrincha. Tijdens een Europese tournee met het Braziliaans elftal (dat gebeurde toen vaker, daarom ook die internationale nakomelingen natuurlijk) werd onder meer de stad Rome aangedaan. Kort daarna vroeg een journalist aan Garrincha wat hij van Rome had gevonden, toch een culturele stad ten slotte. Rome was Garrincha bijzonder goed bevallen, de trainer was er van de trap gevallen!
Het onlangs vond plaats toen ik door een vriendin werd meegetroond naar een optreden in de Melkweg van een Noorse rockband, Kaizers Orchestra. Dan blijkt ineens dat er veel Noren wonen in Amsterdam, maar dat terzijde. Deze band, die voornamelijk zingt in zijn moerstaal (hoor ze het Engels bezigen en je weet waarom) is bezig aan iets dat lijkt op een internationale doorbraak - ondanks dat Noors maar wellicht dankzij de bijzondere instrumentkeuze. Halverwege het onderhoudende, zij het wat korte optreden, nam de zanger het woord. Hij deelde ons mee dat het hen bijzonder beviel om hier vanavond in Amsterdam voor ons te spelen. Dat sloeg ons met stomheid. Maar nee, echt waar, de band had sinds het begin van de tournee al in Denemarken en Duitsland gespeeld, maar vandaag in Amsterdam was wel heel bijzonder. Geduldig wachtten we af wat hij dan te zeggen had over onze geliefde stad, dan wel haar ingezetenen. Toen kwam het.
De reden dat Amsterdam hem zo bijzonder beviel, was, dat hier tenminste airconditioning in de zaal was!
Het scheelde dan misschien nog dat hij aldus niet over het Red Light District begon, maar spontaan denkend aan Garrincha begon ik me toch al af te vragen hoeveel nakomelingen de Europese tournee van Kaizers Orchestra zou opleveren.
|
|
|
BEWEGING
Op welk moment in je verstandelijke leven besluit je als oppassende moeder mét je kroost mee te werken aan een itempje van het Radio1 Journaal, waarin aandacht besteed wordt aan het steeds vetter wordende Nederlandse kind? Ik zou het persoonlijk niet weten.
ffice ffice" />
Maar dan zal ik wel lijden aan een persoonlijke afwijking, want moeite schijnt het die redacties nooit te kosten. Het volgende kwam tot mij met als voornaamste doel mij wakker te krijgen, wat een hele klus is. De aanleiding was in ieder geval dat uit recent onderzoek is gebleken dat 31 procent van de kinderen uit stadsvernieuwingswijken (staat u even stil bij deze zeer deugdelijke afbakening) te dik is – want dat kan ik nalezen. En dat komt níet omdat ze te veel eten, maar omdat ze te veel weinig bewegen. Hoe gaat de oppassende moeder daar nou mee om?
De oppassende moeder prijst zich gelukkig. Haar kinderen gaan juist graag buiten spelen en fietsen en zo. Helaas, de verslaggever heeft daadwerkelijk journalistieke aspiraties en past vooruitlopend daarop vast het aloude beginsel van hoor- en wederhoor toe.
‘Wat vind je leuker, buiten spelen of televisie kijken?’ vraagt hij aan de dochter van de oppassende moeder.
‘Televisie kijken’, is het antwoord. Ze zegt het zonder aarzelen, maar ook niet geforceerd nadrukkelijk. Terloops zakelijk eerder. Zo is het nu eenmaal, for better or worse.
De oppassende moeder weet beter, vindt ze. ‘Nee hoor, dat vindt ze helemaal niet. Ze houdt juist veel meer van buiten spelen. Ik weet niet hoe het komt dat ze nu dit antwoord geeft, misschien is het de spanning omdat nu dit itempje wordt opgenomen’. Het valt haar wel op dat ándere kinderen vaak te dik zijn. Ze heeft haar ogen niet in haar zak!
De onderzoekers hebben zich nu voorgenomen hun onderzoek te herhalen zodra de stadsvernieuwing van de wijken daadwerkelijk voltooid is. Als je van de ouders niets meer kunt verwachten, moet het in godsnaam maar komen van de infrastructuur, hoor je ze denken.
|
|
|
SMAAKVOL
- “Dames en heren, Dames en heren, hartelijk, ha-hartelijk welkom bij de laatste aflevering van Big Brother, the Birth Battle. Vanavond gaan wij zien wie de drie overgebleven kunstmatig geïnsemineerde kandidates de meeste levende kinderen ter wereld kan brengen en daarmee een miljoen euro verdient. Vorige week hebben we natuurlijk afscheid moeten nemen van Liza, die na een noodlottige val van de wenteltrap in het BBBB-huis een miskraam kreeg. Liza, we zijn blij dat je je vermand hebt en dat je vandaag in de studio wilt zijn. Vind je het spannend?”
ffice ffice" />
- “O ja, heel spannend. Je hoopt echt dat Trudy gaat winnen, da’s toch je maatje he?”
- “Trudy en Kim verwachten een zesling, Tamar een zevenling. Denk je dat dat een voordeel is?”
- “Nou, uhhh, nee, ik denk het niet hoor.”
- “Dank je wel voor je deskundige analyse, Liza, en echt heel sportief van je dat je dat voor ons hebt willen doen. We gaan nu live over naar het BBBB-huis, waar de vrouwen aan het infuus zijn gegaan om de geboorte in te leiden. Humberto, jij bent daar ter plaatse, is er al wat gebeurd?”
- “Ja, dank je wel, Rolf, er is al heel wat gebeurd. Het infuus leek voor Tamar al niet meer nodig te zijn, hoor, binnen no time kondigde het eerste kind zich al aan, maar het was al meteen duidelijk dat daar geen leven inzat. Nog geen score dus tot zover, maar de dames strijden nu in elk geval met gelijke wapens en dat is natuurlijk heel erg mooi. Ik zie iets wat op een hoofdje lijkt bij Kim nu, maar… nee, ik kan me niet voorstellen dat die ooit zuurstof gaat ademen… maar ik hoor gejuich uit de hoek van Trudy, Trudy, dames en heren, Trudy heeft een levend kind ter wereld gebracht, ja ik zie de dokter bevestigend knikken. Die ledematen zien er gek uit, maar het leeft! Trudy staat voor!”
- “Gaat Trudy het redden? Of kunnen Tamar en Kim zich nog herstellen? We zullen het zien, ná de reclame!”
|
|
|
[eerste pagina] [vorige pagina]
[volgende pagina]
|