Traag liep de band door; steeds meer ruimte had ze tot haar beschikking. Maar ze kon net niet bij dat handige bordje, ‘volgende klant’, wat altijd zo’n veilig gevoel gaf. Angstig keek ze om zich heen. Ze kende deze situatie wel. Het leek of er nog niets aan de hand was, maar voor je het wist, zou het nu te laat zijn. Het was van levensbelang dat ze nu de juiste beslissingen zou nemen. ffice
ffice" />
Stel je voor, dat de caissière al zou beginnen haar boodschappen te scannen, terwijl zij nog bezig was om alles uit te stallen, dan liep je zo hopeloos achter de feiten aan. Keek zo’n mens je meteen zo verwijtend aan, omdat dat veel te kleine stukje waar ze alle afgewerkte waar heen schoof veel te vol zou raken. Daar kon ze niet goed tegen. Maar ja, als je te vróeg ging laden, dan kon het zijn dat haar boodschappen werden aangezien voor die van haar voorganger. Moest ze daar weer bij ingrijpen, maar dat durfde ze eigenlijk nooit goed. Zo had ze ooit al eens een pak wasmiddel verloren zien gaan. Had haar altijd bevreemd, dat haar voorganger daar óók niet bij had ingegrepen.
Ze mat nog eens. Een gat van 30 centimeter kon ze nu laten vallen, dat moest toch volstaan als communicatie naar de caissière. Ze begon met laden, eerst aarzelend, maar naarmate de klus vorderde met steeds vastere hand. Het gat van 30 centimeter leek te volstaan, maar toen het dichter naar de caissière toerolde, sloeg toch de twijfel weer toe. Maar gelukkig kon ze nu bij een bordje. Meeval, daar had ze al niet meer op durven hopen. Ze griste het weg en plaatste het. Veilig! Maar toen keek ze om en, oh gruwel, achter haar was ook al iemand begonnen met laden en dat gat was lang géén 30 centimeter. Dat zou onverbiddelijk fout gaan. Actie, nu! Een kattesprong weg bleek nog een bordje te liggen. Ze dook erop. Net op tijd. Ha, mooie actie! Dat gaf vertrouwen. Nu zou het met pinnen verder toch ook wel lukken.
Zen, nu.